De bandiet Lung voert vanuit zijn vesting, het Tijgerfort, overvallen uit. Hij tracht de schuld af te wentelen op Lei Li, een jonge rondtrekkende zwaardvechter. Als deze verhaal komt halen, daagt Lung hem uit tot een gewaagd tweegevecht: de verliezer zal zijn rechterarm afhakken. Lung beschikt over een wapen, een triple iron, een slagwapen bestaande uit drie delen, waar zelfs tweehandige zwaardvechters niet tegenop kunnen. Lei Li wordt verslagen, hakt zijn rechterarm af en trekt zich terug. Fung zet zijn misdadadige praktijken voort, maar dan duikt een nieuwe zwaardvechter op in de omgeving: Feng, net als Lei Li tweehandig en onverschrokken. Lei vertelt Feng wie hem heeft verminkt, maar als Feng een uitnodiging krijgt vanuit het Tijgerfort, gaat hij er toch op in. Ook Feng wordt verslagen, en daarom neemt Lei Li zijn zwaard weer op. Als éénarmige heeft hij leren jongleren, en juist daardoor weet hij uiteindelijk Fung te verslaan …
Ik zag deze film voor het eerst toen ik nog een puisterige puber was, samen met enkele honderden leeftijdsgenoten. In de zaal was het even onrustig als op het scherm en indien men aan de uitgang zwaarden had uitgedeeld, was de halve binnenstad van Eindhoven uitgeroeid. Nog nooit hadden wij zoiets gezien: alleen al in het slotgevecht, op de brug naar het Tijgerfort, worden honderden schurken over de kling gejaagd.
De film is het derde deel van een reeks rond een eenarmige zwaardvechter, geproduceerd door de befaamde Shaw studios, en geregisseerd door Chang Cheh, waarschijnlijk de beste regisseur die in deze studio ooit werkzaam was. The New One-armed Swordsman werd uitgebracht enkele weken voordat het debuut van Bruce Lee de Shaw studio omtoverde tot een goudmijn, en heeft enigszins te lijden onder een beperkt budget; Regisseur Cheh moet zich grotendeels behelpen met studio-decors en niet meer dan twee locaties in de open lucht. Maar hij gebruikt ze meesterlijk: de openingsscène, opgenomen in de studio, met Lei Li die wordt geconfronteerd met de gevolgen van een bloedige veldslag - de overleden als versteend in de dood - is een waar meesterstukje. Het Tijgerfort, prachtig gelegen op een landtong, en de brug daarheen, is een betrekkelijk eenvoudige locatie, maar Cheh filmt haar vanuit alle mogelijke hoeken, en weet er een waar kasteel van te maken. Het script is overigens magertjes: het is een typisch Oosters drama over trots, eer, vernedering, vriendschap, inkeer en hoop. Als de personages elkaar niet om de haverklap aan stukken hadden gehakt, was het vast een saaie boel geworden.
Acteur David Chiang nam in dit deel de rol over van Jimmy Wang Yu, die de studio had verlaten. Chiang heeft geen grote naam als martial arts artiest, maar hij is een bekwaam acteur en vooral atleet (hetgeen goed uitkomt in dit soort films). Ti Lung, die Feng speelt, wordt tot de grote vechtsterren van de studio gerekend, en zijn beheersing van het zwaard is werkelijk verbluffend. De karakter acteur Feng Ku zet een uitstekende schurk neer. Door het matige script bevat de film wat inzinkingen, slomere stukjes of tamelijk onnozele dialogen, maar de actiescènes behoren tot de meest spectaculaire ooit vertoond. Gaat dat zien, mensen, gaat dat zien. Tsjakka!