Met anderhalf miljoen bezoekers is Loft sinds enige tijd de meest succesvolle Belgische bioscoopfilm aller tijden, succesvoller dan Daens, succesvoller ook dan de vehikels met de alom bekende Urbanus, Koko Flanel en Hector. Ja, zelfs succesvoller dan de debuutfilm van regisseur Erik van Looy De zaak Alzheimer, die onder de titel The Memory of a Killer zelfs met enige succes in de Amerikaanse bioscopen werd vertoond. Het succes van Loft kwam dus niet helemaal uit de lucht vallen. Wat ook meespeelde, was dat Van Looy als presentator van een populair quizprogramma een bekend gezicht was geworden, net als scenarist/komiek/presentator Bart de Pauw. Het productiehuis Woestijnvis, medeproducent van de film, kon hun gezichten daardoor plakken op een ongewoon agressieve reclamecampagne. Anderhalf miljoen bezoekers, die trek je niet zomaar, daar moet je wel wat voor doen.
De vraag is natuurlijk bij dat alles: Is Loft ook een goeie film? Moeilijk te zeggen. Gaat wel. Ja en nee. Mmm. Het uitgangspunt is heel aantrekkelijk: vijf vrienden delen een loft, een grote studio in een gerenoveerd industrieel gebouw, voor hun geheime seksuele avontuurtjes. Op een morgen wordt een dode vrouw in de studio gevonden, badend in het bloed, vastgeketend aan het bed. Wie is zij en wie is verantwoordelijk voor haar dood? Deze vraag is het opstapje voor een flitsend scenario van de hand van De Pauw, vol flashbacks en flashforwards, dat met verve in beeld is gebracht door Van Looy, met veel hoogstandjes van de camera (tracking shots, ongewone camerastandpunten enz.) en een vinnige, bij vlagen venijnige montage. Antwerpen doet in deze trendy weergave niet onder voor Miami, en de acteurs zijn bepaald niet minder dan wat die flitsende TV-serie op dat punt te bieden had.
In veel opzichten maken juist de sterke punten van de film ook diens zwakte uit. Met die flitsende en trendy vormgeving wil Van Looy de aandacht afleiden van het nogal statische gebeuren: Loft speelt zich grotendeels binnenskamers af, waardoor het geheel wat claustrofobisch overkomt en dynamiek mist. De acteurs zetten hun personages perfect neer, maar daardoor valt het op dat al deze personages niet veel meer dan clichéfiguren zijn. Het gevolg hiervan is dat het je uiteindelijk niet veel kan schelen wie precies voor welke daad verantwoordelijk is, iets wat trouwens niet eens zo eenvoudig te achterhalen valt, want het script heeft uiteindelijk zoveel wendingen in petto, dat veel kijkers (getuige een aantal discussies op Internet) het spoor volslagen bijster raakten.
Loft ziet er supergelikt uit en verveelt geen moment, regisseur Van Looy toont zich andermaal een uitstekend vakman, en toch voldoet de film niet helemaal aan de verwachtingen. De Zaak Alzheimer was beter, wellicht omdat het verhaal (van Jef Geeraerts) dat als uitgangspunt diende, meer diepgang bezat.
En een kleine tip voor De Pauw, of andere scenaristen: als je een psychiater opvoert, moet zo iemand een beetje geloofwaardig gedrag vertonen. Lijken bloeden niet, zeker niet als runderen, en psychiaters weten zoiets.