We schrijven 1870. Japan en de Verenigde Staten hebben succesvolle diplomatieke gesprekken achter de rug, en de keizer wenst het Amerikaanse staatshoofd uit dankbaarheid een kostbaar samoerai-zwaard te schenken. Dat wordt per trein vervoerd, geëscorteerd door de Japanse gouverneur en twee gewapende samoerai. Laat nou net die trein overvallen worden door de bende van Link en Kink (ik verzin die namen niet); de overval slaagt, maar Kink probeert daarna Link uit de weg te ruimen om de buit geheel en al voor zichzelf te houden (ook zijn Mexicaanse kompanen knalt hij gewetenloos af). Link wordt nu door de Japanse gouverneur gedwongen om gids te spelen voor de samoerai Kuruda, die gedwongen zal worden om seppuko te plegen indien hij het zwaard niet weet te recupereren …
Alle middelen werden indertijd bovengehaald om van deze poepsjieke internationale productie (Frans-Italiaans-Spaans) een wereldwijd succes te maken. Charles Bronson werd aangetrokken voor de Amerikaanse markt, Alain Delon en Ursula Andress voor de Europese markt, en Toshirô Mifune voor de Japanse markt. Toch waren de kritieken overwegend negatief: critici namen vooral aanstoot aan het quasi-grappige toontje van het script in combinatie met het tamelijk extreme geweld (met een overmaat aan kersenrood nepbloed). Positieve opmerkingen waren er alleen voor het onverstoorbare spel van Mifune en de vaak adembenemende fotografie van de Spaanse landschappen. Jongere generaties die de Europese western hebben ontdekt, blijken de film veel beter te waarderen, vermoedelijk omdat ze zijn opgegroeid in de sfeer van Trinity, Indiana Jones en Hasta la vista, baby.
De casting van de film leek slim met het oog op de diverse afzetmarkten, maar was ook zeer bizar: zoals sommige critici opmerkten, werd Mifune vooral gecast in een rol die gemodelleerd leek naar het voorbeeld van genre-icoon Lee van Cleef: hij is een stoïcijnse figuur die geen spier vertrekt en slechts wacht op het juist moment om zijn wapentuig boven te halen en hardhandig orde op zaken te stellen. Tegelijkertijd werd de platinablonde Zwitserse Ursula Andress gecast als een typisch Latijnse, heetgebakerde schone. Omdat Mifune’s rol al aan de zwijgzame kant was, werd de normaal gesproken eveneens zwijgzame Bronson geacht een praatgraag type neer te zetten, blufferig en niet al te snugger. Wellicht was de casting van Delon nog wel het meest bizar: landgenoten als Jean-Louis Trintignant, Robert Hossein en Johnny Halliday waren hem (met redelijk succes) voorafgegaan, maar de hautaine en gesofistikeerde Delon leek wel de laatste Franse acteur die men met het westerngenre in verband zou brengen. Maar hij lijkt zich kostelijk te vermaken als de charmante, geheel in het zwart geklede Gauche (hij doet alles met de linkerhand)en heeft duidelijk veel geoefend in het goochelen met de revolver.
Soleil Rouge is geen meesterwerk, het gegeven van twee tegengestelde figuren die op elkaar zijn aangewezen, is overbekend, maar er zijn talrijke verwikkelingen en er wordt van alles bijgesleept (van prostituees tot indianen) om de vaart erin te houden. Het slot, gesitueerd in een rietveld, is bovendien een opwindend schouwspel. Ook deze film is voor een prikje te koop in diverse warenhuizen en speelgoedwinkels. Voor wie geen al te hoge eisen stelt houdt van een stevige dosis bloedige actie, valt de aankoop te overwegen.